Enkele verhalen van Nederlandse assistenten
in het buitenland.
Rosalie
Kok, 1 jaar in Trosly in Frankrijk
Sinds
oktober 2001 woon ik in de Ark-Gemeenschap in Trosly-Breuil, Frankrijk.
Na mijn studie wilde ik niet meteen aan het werk en zocht naar iets
anders. De Ark kende ik eigenlijk alleen van naam. Ik had enige boeken
van Jean Vanier en Henri Nouwen gelezen. Daarnaast had ik er verschillende
malen over horen spreken (onder anderen door Henri Nouwen) en ik heb
wel mensen ontmoet die een tijdje in een Ark-gemeenschap hebben gewoond.
Al met al leek het me een bijzondere ervaring om eens mee te maken.
Dus
zo arriveerde ik begin oktober in Trosly-Breuil. Een dorpje waar verschillende
huizen van de Ark zijn gevestigd. Het moment dat ik aankwam, herinner
ik me nog goed. Ik werd door veel mensen welkom geheten. Mijn tas werd
door iemand gepakt en gedragen. Een assistent wist te vertellen dat
ik bij haar in de foyer zou komen wonen: Foyer La Forestière.
Dit is een foyer met 8 assistenten en 9 mensen met zowel een lichamelijke
als een verstandelijke handicap. Zij worden in Frankrijk "copains"
(vrienden) genoemd en zo zal ik hen vanaf nu ook noemen. In mijn huis
hebben ze hulp nodig bij de algehele dagelijkse verzorging: bij het
opstaan, het wassen, het aankleden en sommigen ook bij het eten. Daarnaast
communiceren de meesten nauwelijks verbaal. Ik had al eerder met verstandelijke
gehandicapte mensen gewerkt en wist van mijzelf dat ik het moeilijk
vind als mensen niet of nauwelijks kunnen spreken. Ik besloot het toch
aan te zien en de uitdaging aan te gaan. En ik ben erg blij dat ik dat
gedaan heb
De copains zijn echt geweldig; ik leer ze één voor één
kennen en zij ook mij. Het is echt een elkaar beter leren kennen. Jean
Vanier zegt wel: iedere persoon is een 'histoire sacrée', ofwel
elke persoon heeft een eigen heilige geschiedenis. Nu na drie en een
halve maand merk ik steeds meer hoe anders iedere persoon is. En alhoewel
zij niet of bijna niet praten, communiceren zij wel degelijk: lachen,
huilen, schreeuwen, met de ogen, met het lichaam. Dit vergt ook geduld
en aandacht van mijn kant.
Maar ook de assistenten verschillen van elkaar. Het werk is soms wel
zwaar. De dagelijkse verzorging van de copains en het doen van onderdelen
van het huishouden. De assistenten moeten met elkaar heel wat werk verzetten;
we hebben soms net iets andere gewoontes, wat soms tot kleine ergernissen
kan leiden. Maar over het algemeen gaat het naar mijn mening goed en
raken we steeds beter met elkaar ingewerkt. En dit vind ik echt leuk
om te zien in onze foyer. Het is een leven mét elkaar. Het leven
met elkaar komt ook tot uiting in het vieren van verjaardagen. Deze
worden uitgebreid gevierd. Daarnaast
is er iedere dag een eucharistieviering voor hen die dat willen. Ik
vind dat altijd een mooi moment van de dag.
Naast mijn foyer zijn er nog verschillende andere foyers. Als ik een
wandelingetje maak door het dorp kom ik meestal wel iemand tegen. Ik
zelf ben in een stad opgegroeid: de mensen lopen er altijd langs elkaar
heen. Hier beleef ik het tegendeel: Als ik iemand tegenkom, is er altijd
wel tijd voor een praatje. 'Haast' is iets wat weinig voorkomt. Er is
altijd tijd om iemand te begroeten. Alhoewel het werk soms zwaar is,
krijg je er veel voor terug!
Omzwervingen
van Tonny
In
de Ark is alles mogelijk en je weet nooit waar je terecht komt
en ik spreek uit ervaring. Ik ben
Tonny Mulder, 52 jaar en was verantwoordelijke van het Ateljee in Gouda
en dacht: Ik zou wel eens een tijdje in een Arkhuis willen wonen.
Ik
ben toen een half jaar in de Arkgemeenschap Kilkenny, Ierland, assistent
geweest in Moorfieldhouse, een van de 3 huizen. Een geweldig goede ervaring.
Het samenleven en verzorgen van de core-members (huisgenoten) was nieuw
voor mij. Het was goed om te zien dat zij ook zorg voor mij hadden.
Ik heb zoveel vriendschap van hen mogen ontvangen. Packy speelde regelmatig
voor mij op de trommel. Wandelen met John deed ik heel graag, hij sprak
niet, dus we wandelden in stilte hand in hand, urenlang. Met Roisin
naar de paarden, zij wist er zoveel van en zij praatte met ze als ze
verdrietig was. Voetballen met Paddy was het eerste wat wij samen deden
toen hij in Moorfield-house kwam wonen.
De
andere assistenten waren allemaal jongeren in de leeftijd van 19 tot
25 jaar, we hebben veel lol gehad met elkaar, maar natuurlijk ook serieuze
momenten. Als er een assistenten-avond was dan kwamen assistenten van
het ateljee in de huizen helpen en dan gingen wij naar de pub. We hadden
een bezinningsdag en om de week een ochtend vorming, waarbij werd verteld
over de Ark, Jean Vanier, spiritualiteit. In de weekends maakten we
soms uitstapjes met alle core-members en assistenten, of we gingen bij
elkaar op de koffie.
En
natuurlijk het eiland Ierland niet te vergeten, is zo mooi. De groene
heuvels, de schapen, de huizen midden in de natuur. Maar ook de steden
Dublin, Galway, Killarney zijn het bezoeken waard. De ring van Kerry
is zo mooi! Ik heb hier zoveel gewandeld en gefietst. Er zijn hier veel
roodborstjes en kwikstaarten, die ze in Ierland Willy de Wagtail noemen.
In
maart toen ik bijna naar huis kwam, kreeg ik een telefoontje van de
gemeenschapsverantwoordelijke van Antwerpen, Johan. Hij vroeg mij of
ik huisverantwoordelijke van het Klokhuis wilde worden, een huis in
de gemeenschap van Antwerpen. Ik was helemaal ondersteboven! Zou ik
in België gaan wonen? Ik heb er over nagedacht en ik heb het gedaan.
Ik woon nu in Wilrijk! Ik heb het heel erg naar mijn zin. Het samenleven
met Ward, Cine Dolly, Carine, Geeraard en Tony is heel gezellig. Eerst
was Sandra de enige assistente, maar vorige week is Swantje erbij gekomen
en deze week Nele. We hebben dus mensen genoeg in huis, 10 stuks! Ik
blijf hier in ieder geval 2 jaar en wie weet waar ik dan weer heen ga?
(Tony Mulder is inmiddels weer terug in Nederland en assistent in het
tweede Arkhuis Manna)

Tonny
Mulder
Manna
Gloucesterstraat 34
2804 XZ Gouda
|
 |